Oorzaken:
Infectie met Toxoplasma gondii (een intracellulaire parasiet, met katachtigen als definitieve gastheer)
Besmetting:
Eten van onvoldoende gabakken/gekoort vlees waar cysten van de parasiet in zitten. Niet goed handen wassen na contact met kattenKan overgaan van moeder op kind via de placenta.
Frequentie:
Risicofactoren:
Verschijnselen:
Meestal geen ziekteverschijnselen, anders:
Moeheid, lusteloosheid, soms koorts
Soms lymfadenopathie (lymfeklierzwelling in de nek en achter het oor), spierpijn, lever en miltvergroting
Bij besmetting van de foetus:
-Ernstige afwijkingen en vaak abortus
-Vroeggeboorte, perinatale sterfte
-Hydrocefalie (vocht in het hoofd dat de hersenen verdrukt)
-Intracerebrale calcificaties (kalkafzetting in de hersenen)
-Chorioretinitis (netvliesafwijking, waardoor blindheid)
Bij AIDS patienten:
-Encefalitis (ontsteking in de hersenen)
Hoofdpijn, verwardheid, koorts, neurologische uitval, epileptische aanvallen, misselijkheid en braken.
-Pneumonie (longontsteking)
Koorts, kortademigheid, niet productieve hoest
-Chorioretinitis (achterste oog ontsteking)
Oogpijn, slecht zien
Complicaties:
Diagnostiek:
-Aantonen van tachozoiten in weefsels (verkregen via biopsie) of slijm (bijvoorbeeld via een BAL)
-Serum IgG's ondersteunen de diagnose dat er ooit een infectie is geweest
-Serum IgM's kan de diagnose van een recente infectie steunen, maar is vaak nog maanden na een infectie verhoogd. Soms zijn ze ook fout negatief.
-Serologie (Sabin-Feldman, immunofluorescentie, ELISA)
Bij HIV patienten
-Hersenvloeistof bij localisaties in de hersenen (PCR kan positief zijn)
-X-thorax met een interstitieel beeld dat moeilijk te onderscheiden is van PCP
Behandeling:
Pyrimethamine (200 mg PO, gevolgd door 75 mg/dag) + sulfadiazine (6-8 g/dag PO verdeeld in 4 dosis).