| Inhoud op alfabetische volgorde: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z Terug naar EncyMed |
definitie:
Oorzaken:
Genetische en tijdens de zwangerschap verworven factoren. Exacte oorzaak nog onbekend. Men denkt dat de oorzaak ligt in frontale hypodopaminerge transmissie
Begint bij mannen meestal voor het 25ste jaar, bij vrouwen voor het 30ste levendsjaar.
Frequentie:
De kans om tijdens het leven schizofrenie te ontwikkelen is 0,8%.
Op kinderleeftijd is het zeer zeldzaam (1/40000)
Risicofactoren:
Man. Eerstegraads familielid met schizofrenie (9-46% kan op schizofrenie), tweedegraads familielid (2-6% kans op schizofrenie).
Verschijnselen:
Tenminste 2 van de volgende verschijnselen zijn aanwezig gedurende tenminste 1 maand:
-Wanen (denkbeeld, niet passend in de (sub)cultuur van de patient, waaraan met overtuiging vastgehouden wordt ondanks bewijzen voor het tegendeel)
-Hallucinaties (zintuigelijke waarnemingen met een werkelijkheidskarakter zonder externe bron)
-Onsamenhangende spraak
-Ernstig chaotisch of katatoon gedrag
-Negatieve symptomen (apathie, spraakarmoede, sociale terugtrekking, geen expressie bij gelaatsuitdrukking, minder spontaan, minder initiatief, slechte selfverzorging, weinig energie
(Positieve symptomen die bij schizofrenie voorkomen zijn: wanen, hallucinaties, formele denkstoornissen (zoals incoherentie, onlogische verbanden, ongewone associaties, neologismen, concretisme, verandering in het denktempo) en ongepaste emotionele uitingen)
Hiernaast moeten er beperkingen zijn in het dagelijks functioneren en is het functioneren minder geworden gelijktijdig met het ontstaan van de stoornis
De stoornis duurt ten minste 6 maanden (daar kunnen periodes van remissie in voorkomen)
Bij 25% verdwijnen de symptomen van schizofrenie volledig. Het sociale functioneren hoeft hierbij echter niet te verbeteren.
Complicaties:
Recidieven of exacerbaties bij 75% van de patienten na behandeling
75% is niet in staat te werken
10% overlijd aan zelfmoord (de kans is het grootst direct na afronden opname)
Een klein percentage heeft continu psychotische verschijnselen
Diagnostiek:
Diagnostisch schema voor schizofrenie volgens de DSM-IV:
A. 2 of meer van de onderstaande symptomen *
-wanen
-hallucinaties
-onsamenhangende spraak
-ernstig chaotisch of katatoon gedrag
-negatieve symptomen
B. Sociaal/beroepsmatig dysfunctioneren
C. Symptomen minstens 6 maanden, met >1maand symptomen uit A
D. Geen schizoaffectieve of stemmingsstoornis
E. Niet toe te schrijven aan middelengebruik of somatische ziekte
F. Indien het samengaat met een pervasieve ontwikkelingsstoornis moeten er >1 maand opvallende hallucinaties of wanen zijn.
Ad *: 1 symptoom uit A indien de wanen bizar zijn. 1 Symptoom uit A als er een stem is die voortdurend commenaar levert op het gedrag of gedachten van de betrokkene of 2 of meer stemmen met elkaar spreken.
Behandeling:
Positieve symptomen en depressieve symptomen zijn meestal goed te behandelen, negatieve symptomen blijven vaak aanwezig.
Psychocosiale behandeling
Voorlichting over de aandoening, gezinsgesprekken, cognitieve therapie, sociale vaardigheidstraining, woonbegeleiding.
Medicatie
Antipsychotica remmen een groot deel van de dopamine D2-receptoren. Snel effectief op onrust, gespannenheid. Binnen 1 week effect op hallucinaties.
Klassieke antipsychotica: bijv. haloperidol 2-8 mg/dag
Nieuwe generatie antipsychotica: Clozapine 100-600 mg/dag (labcontroles nodig wegens het 1% risico op agranulocytose); risperidon 2-8 mg/dag
Door afwezig ziekte besef is een In Bewaring Stelling (IBS) vaak nodig bij escalatie.
Controle:
Extra informatie:
Een groot gedeelte van de schizofrene patienten misbruikt alcohol, sigaretten en dugs.