definitie:
immuun reactie van het lichaam van de moeder tegen het rhesus-antigeen van de baby
Oorzaken:
Als een moeder rhesus negatief is (Rh-negatief), dan ziet het immuunsysteem van de moeder rhesus-antilichamen als lichaamsvreemd. Alles wat lichaamsvreemd wordt gezien door het immuunsysteem wordt aangevallen. Zo kan het zijn dat een rhesus negatieve moeder een afweerreactie ontwikkeld tegen haar ongeboren kind. Dit gebeurt meestal (indien niet opgemerkt en behandeld) het eerst tijdens de tweede zwangerschap (maar kan in 2% van de rhesus-negatieve vrouwen ook tijdens de eerste zwangerschap voorkomen)
De afweerreactie van de moeder is gericht tegen de bloedcellen van het kind. Deze worden hierdoor massaal afgebroken.
Vrouwen die rhesus-positief zijn, zullen geen afweerreactie vormen tegen hun ongeboren kind.
Frequentie:
17% van de rhesus-negatieve vrouwen is zonder behandeling bij de tweede zwangerschap in staat tot een immunologische afweerreactie.
Risico factoren:
Verschijnselen:
Bij een afweerreactie tegen de foetus (ongeboren kindje):
Massale bloedafbraak
Vergrote lever (hepatomegalie. Dit als compensatiemechanisme. In de lever worden massaal nieuwe rode bloedcellen aangemaakt)
Vergrote milt (splenomegalie. Door de verhoogde afbraak van de rode bloedcellen)
Geelzucht (icterus) tijdens en na de geboorte
Complicaties:
Bij een ernstige afweerreactie:
Ernstige icterus neonatorum (geelzucht bij pasgeborenen)
Kernicterus (neerslag van bilirubine - een afbraakproduct van rode bloedcellen - in het centraal zenuwstelsel. Hierdoor kunnen convulsies, spasmen, opisthotonus, hypertonie en ademhalingsstilstand optreden. Dodelijk ziektebeeld)
Hydrops foetalis (decompensatio cordis (hartfalen), hepatosplenomegalie, respiratoire problemen, circulatoire problemen. Dodelijk ziektebeeld)
Vaatendotheel schade (schade aan de bloedvaten)
Diagnostiek:
Bij een rhesus-negatieve zwangere in het begin van de zwangerschap testen op anti-D-antistoffen. Indien niet aanwezig, bij 30 weken herhalen.
Bij een rhesus-negatieve zwangere met aangetoonde anti-D-antistoffen de partner ook op rhesus factor testen.
Echo van de foetus (hydrops foetalis is te zien)
CTG ante partum (een sinusoid CTG wijst op ernstige anemie. Het is niet voor 28 weken te gebruiken en ernstige anemie kan ook bestaan bij een normaal CTG )
Behandeling:
-Bij een gravida 1, para 0 die rhesus-negatief is (in week 30 of als er direct al anti-D-antilichamen zijn): 1000 IE anti-D-immunoglobuline intramusculair.
-Na een normale bevalling de neonaat testen op rhesus factor. Indien positief, dient de moeder nogmaals 1000 IE anti-D-immunoglobuline intramusculair. Indien rhesus-negatief geen verdere actie.
-Na een sectio of bij een grote foetomaternale transfusie dosis anti-D-immunoglobuline aanpassen (50 IU (=10 microgram) neutraliseerd 1 ml Rh-positief bloed). De hoeveelheid foetaal bloed in de maternale circulatie kan worden bepaald met de kleihauer-betke-test of met een HbF bepaling (via flow cytometrie).
-Behandeling van een foetus (<34 weken) met ernstige anemie: intra-uterine bloedtransfusie met o-Rh-negatief bloed. Dit kan al vanaf 17 weken.
-Bij een foetus met ernstige anemie en een gevorderde zwangerschapsduur: inleiden geboorte
-Behandeling van een neonaat met in zijn/haar bloed een afweerreactie: wisseltransfusie, fototherapie. In geval van anemie zonder hyperbilirubinemie: bloedtransfusie.