Reflexen bij volwassenen
definitie:
Oorzaken:
-Clonus: door het opwekken van een reflex ontstaat er een repeterende samentrekking van de spier
-Masseterreflex: spierrekkingsreflex van de musculus masseter. Innervatie van de musculus masseter door de nervus trigeminus.
-Palmomentale reflex: afferent door de nervus medianus, efferent door de nervus facialis. Synapsen in myelencephalon.
-Snoutreflex: door de nervus facialis
-Bicepsreflex: door de nervus musculocutaneus. Uittreedniveau C5, C6. Betrokken spier: musculus biceps
-Tricepsreflex: door de nervus radialis. Uittreedniveau C6, C7, C8. Betrokken spier: musculus triceps
-Vingerflexiereflex: door de nervus medianus. Uittreedniveau C7, C8, T1. Betrokken spieren: musculus flexor digitorum profundus en superficialis
-Kniepeesreflex: door de nervus tibialis. Uittreedniveau L2, L3, L4. Betrokken spier: musculus quadriceps femoris.
-Achillespeesreflex: door de nervus tibialis. Uittreedniveau S1, S2. Betrokken spieren: musculus gastrocnemius en musculus soleus.
-Voetzoolreflex: via de tractus corticospinalis. Polysynaptische huidreflex. Afferent via de nervus tibialis, efferent via de nervus tibialis (flexie) en nervus peroneus (extensie)
-Pharynxreflex, wurgreflex: afferent via de nervus glossopharyngeus, efferent via de nervus vagus. Synapsen in het myelencephalon.
-Dreigreflex: afferent via de nervus opticus, efferent via de nervus facialis. Synapsen op niveau pons/myelencephalon
-Pupilreflex: efferent (en sympatisch) via de nervus oculomotorius, afferent door de nervus opticus. Synapsen op niveau van tectus/pretectus en mesencephalon.
-Vestibulo-oculaire reflex: afferent via de nervus vestibulocochlearis, efferent via de nervus oculomotorius, nervus trochlearis en de nervus abducens. Synapsen op niveau myelencephalon, pons en mesencephalon.
-Corneareflex: afferent via de nervus trigeminus, efferent via de nervus facialis. Synapsen op niveau pons en myelencephalon.
-Corneomandibulaire reflex: afferent via de eerste tak van de nervus trigeminus, efferent via de derde tak van de trigeminus. Synapsen in de pons en mesencephalon.
-Buikhuidreflex: afferent en efferent via de nervi thoracalis. Synapsen op niveau Th6-L1
-Anale reflex: afferent en efferent via de nervus pudendus. Synapsen op niveau S4-S5.
-Cremasterreflex: afferent en efferent via de nervus genito/femoralis. Synapsen op niveau L1-L2
Frequentie:
Risico factoren:
Verschijnselen:
Complicaties:
Diagnostiek:
Corneareflex: strijk met een fijn puntje gemakat van watten over het oogwit, vanuit de buitenste ooghoek richting het hoornvlies (cornea). Zodra de cornea geraakt wordt, gaat de patient met de ogen knipperen. Contactlensdragers hebben lage reflexen.
Masseterreflex: de patient moet de mond ontspannen open houden (onderkaak ontspannen laten zakken). Vervolgens slaat de onderzoeker met een reflexhamer benedenwaarts op de kin. De respons is het naar boven bewegen van de kaak. Bij zeer levendige reacties moet men denken aan een pseudo-bulbair syndroom
Palmomentale reflex: door stevig met een iets scherp voorwerp in de handpalm te strijken kan (aan dezelfde kant) een samentrekking van de kinspier (musculus mentalis) worden opgewekt. Te zien bij een pseudobulbair syndroom of bij oudere mensen.
Snoutreflex: na een tikje op de bovenlip te geven gaan de lippen tuiten. Dit is te zien bij een pseudo-bulbair syndroom of bij oudere mensen.
Corneomandibulaire reflex: na met een wattenstaafje richting de cornea te stijken, ontstaat er bij aanraking van de cornea een verschuiving van de kaak naar de andere kant op. Dit wijst op een pseudo-bulbaire stoornis (nooit op ouderdom).
Voetzoolreflex: de onderzoeker strijkt (niet hard) over de laterale zijde van de voetzool en in een bocht richting de basis van de grote teen. De reflex kan geen reactie geven (indifferent), een beweging van grote teen en kleine tenen naar beneden, of een pathologische reflex met de grote teen naar boven en de kleine tenen gespreid naar opzij (dit is de reflex volgens Babinski. Wijst op een centraal motorische stoornis).
Pharynxreflex: door met een wattenstaafje achter in de keel te strijken ontstaat een braakreflex.
Pupilreflex: de directe pupilreactie wordt getest door direct in de pupil te schijnen met een lampje (dit geeft vernauwing van de pupil). De indirecte pupilreactie wordt getest door met het lampje in 1 oog te schijnen. De andere pupil wordt dan ook nauwer. Zie extra informatie voor de mogelijkheden.
Near reflex: door scheel te kijken naar de neus worden beide pupillen nauwer.
Vestibulo-oculaire reflex: door passief het hoofd te draaien bewegen de ogen niet mee. Pathologisch als de ogen wel meedraaien.
Corneareflex: via de zijkant over de oogbol richting de cornea striken. Indien de cornea licht geraakt wordt, zullen de ogen naar boven draaien. Pathologisch indien afwezig of verlaagd.
Corneomandibulaire reflex: door tegen de cornea aa te strijken ontstaat het samentrekken van de kinspieren. Pathologisch indien aanwezig.
Dreigreflex: door met de vinger plotseling het oog te naderen (zonedr het aan te raken) ontstaat het knipperen van de ogen. Pathologisch indien afwezig.
Buikhuidreflex: door te krassen van lateraal naar mediaal over de buikhuid ontstaan samentrekkingen van de buikspieren aan de tegenovergestelde kant van de buik. Pathologisch indien afwezig of niet symmetrisch.
Anale reflex: met een prikkertje langs de anus strijken. Dit hoort aan beide kanten van de anus een samentrekkig van de kringspier te geven. Pathologisch indien afwezig.
Cremasterreflex: door te krassen over de binnenkant van de dij ontstaat het optrekken van de teelballen. Pathologisch indien afwezig.
Behandeling:
Controle:
Extra informatie:
Pupilreflex
-Directe reactie afwezig of verlaagd, ook de indirecte. Bij beschijnen andere oog wel een indirecte reactie: nervus opticus laesie aan 1 kant
-Directe reactie minder, indirecte reactie minder. Bij snel afwisselen van het schijnen in het ene en andere oog, wordt een pupilverwijding gezien bij het snel beschijnen van het aangadane oog. Ook het gezonde oog krijgt een wijde pupil: subtotale nervus opticus laesie
-Directe reactie afwezig of verlaagd, ook de indirecte. Bij beschijnen andere oog geen indirecte reactie: nervus oculomotorius laesie aan 1 kant
-De pupil is wijd. Directe en indirecte reacties zijn afwezig of laag. De near reflex is traag aan de aangedane kant en bij het vooruitkijken blijft de pupil nog een poosje nauw. Ook areflexie aan de benen: Adie-Holmessyndroom (onschuldige aandoening)
Terug naar hoofdpagina <<