| Inhoud op alfabetische volgorde: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z Terug naar EncyMed |
definitie:
Oorzaken:
Infectie met Coxiella burnetii, een pleomorfe coccobacil (bacterie) met een gramnegatieve celwand uit de orde Rickettsiales. Dieren (koeien, schapen en geiten. Ook honden, katten, konijnen, duiven en andere vogels) kunnen onderling besmet raken door teken, vruchtwater, urine en ontlasting. Bij dieren komen er geen verschijnselen voor, behalve abortus.
De mens raakt besmet door nuttigen van rauwe melkproducten en door de lucht (kleine stofpartikels). Zeer zelden door tekenbeten en van moeder op kind. De bacterie verspreid zich via het bloed. In reactie op de bacterie ontstaan granulomen.
Incubatietijd: 2-6 weken.
Herinfectie komt zelden voor
Frequentie:
Risicofactoren:
Verschijnselen:
Niet specifieke symtomen. Meestal geen verschijnselen een griep-achtig beeld, anders:
Acuut:
Hoofdpijn, hevig
Koorts, in golven tussen de 38,5-40,5
Myalgie (spierpijn
Anorexie (niet willen eten)
Misselijkheid, braken
Diarree
Bradycardie (langzame hartslag)
Niet productieve hoest
Pneumonie (longontsteking)
Hepatitis (leverontsteking) die meestal niet wordt opgemerkt
Chronisch:
Meestal endocarditis (hartontsteking)
Complicaties:
Pericarditis (<1%. Ontsteking van het hartzakje)
myocarditis (0,5-1%. Hartspierontsteking)
meningo-encephalitis (1%. Ontsteking van hersenvliezen en hersenen)
huiduitslag (5-21%)
Abortus (miskraam)
Dood (<1% van de onbehandelde personen)
Zeldzamer:
pancreatitis (alvleesklierontsteking)
orchitis (teelbalontsteking)
neuritis optica (ontsteking van de oogzenuw)
vasculaire infectie (ontsteking van de bloedvaten)
osteo-articulaire infectie (onsteking van de botten en gewrichten)
Diagnostiek:
Serologie.
Indirecte immunofluorescentie is dereferentiemethode.
Een andere techniek die gebruikt kan worden is decomplementbindingsreactie (CBR).
Bij acute infecties zijn de antistoftiters tegen fase-II-antigeen hoger dan tegen fase I. Pas vier maanden na de infectie bereiken de antistoffen tegen fase I hun hoogste waarde. IgM- antistoffen kunnen lang persisteren (tot langer dan zes maanden) en zijn in een eenmalig afgenomen serum van beperkte waarde voor de diagnostiek. Een hoge IgM-antistoftiter of een viervoudige titerstijging van IgG tegen fase-II-antigenen is bewijzend voor een acute infectie. Een hoge IgG-titer tegen fase-I-antigenen (naast fase II) duidt op een chronische infectie.
Behandeling:
De ziekte duurt meestal 1-2 weken.
Doxycycline (1 dd 200 mg) gedurende 15 tot 21 dagen
Trimethoprim-sulfamethoxazol (2 dd 160 mg / 800 mg) bij zwangeren
Controle:
Extra informatie:
Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte groep C
Bron: RIVM (http://www.rivm.nl/cib/infectieziekten-A-Z/infectieziekten/Q_koorts/index.jsp)