| Inhoud op alfabetische volgorde: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z Terug naar EncyMed |
Diagnostiek:
Algemene indruk:
-uiterlijk (opvallende uiterlijke kenmerken, leeftijdsschatting, verzorging, opvallende kleding, make-up, kapsel)
-contact en houding (begroeting, wederkerigheid van contact, oogcontact)
-klachtenpresentatie (presenteren met: gevoel, zakelijk, bezorgd, berustend, onverschillig, alsof het een ander betreft, ongeduldig enz.)
-gevoelends en reacties van de onderzoeker (neutraal, irritatie, verveling, ongeduld...)
Cognitieve functies:
-bewustzijn (bewustzijnsdaling, somnolent, soporeus, subcomateus, comateus, licht, gedaald, omneveld, vernauwd, verruimd, stupor, wijzigingen gedurende het onderzoek, slaapaanvallen, slaapwandelen, abcenses, syncopes)
-aandacht en concentratie (vigiliteit (verminderde waakzaamheid), selectiviteit (gerichtheid), tenaciteit (vasthoudendheid), hypoactiviteit, concentratiestoornis)
-orientatie in tijd, plaats en persoon
-korte termijn geheugen
-lange termijn geheugen
-oordeelsvermogen (realiteitsbesef, zelfinschatting en decorumbesef)
-ziekte inzicht (denkbeelden over de aard en oorzaken van de aandoening)
-ziekte besef (zoekt behandeling, wijst behadeling af, mate van behandeltrouw)
-abstractievermogen (vermogen om te generaliseren, classificeren, combineren, meer dan een feitelijke manier van denken. Dus bijv. spreekwoorden niet begrijpen.)
-uitvoerende/executieve functies (plannen maken voor en het initieren, opvolgen, controleren en stoppen van ingewikkelde handelingen)
-geschatte intelligentie (hoogbegaafd, begaafd, hoog gemiddeld, gemiddeld, laag gemiddeld, zwakbegaafd, verstandelijk gehandicapt. Gemiddeld is VMBO niveau)
-voorstelling (dwangvoorstellingen, herbelevingen)
-waarneming (agnosieen (visuele-, prosop-, kleur-, tactieleagnosie, atopognosie, visuele, auditieve of tactiele inattentie, negatieve hallucinaties), dyspercepties (zoals hyperacousis, heperesthesie), pseudohallucinaties, hallucinaties, illusionaire vervalsingen, derealisatie)
-zelfwaarneming (depersonalisatie (autopsychische depersonalisatie, allopsychische depersonalisatie, somatopsychotische depersonalisatie), identiteitsstoornissen (multiple identiteit, identificatie met ander gender, twijfelen aan of verandering in de eigen identiteit, autoscopie, dubbelgangerfenomeen), stoornissen in de zelfafgrenzing (verlies eigen autonomie, verlies van eenheid van de eigen persoon, )
-denken:
>tempo (bradyfreen, tachyfreen, gejaard denken, gedachtenarmoede, geremd denken)
>beloop (neologismen, alogie, tangentialiteit)
>samenhang (ontsporing, incoherentie, gedachtenvlucht)
>inhoud (wanen, overwaardige denkbeelden, preoccupatie, dwanggedachten)
Affectieve functies:
-stemming (heteroanamnestisch de langdurige grondtoon van de stemming. Bijv. euforie, depressief, interesseverlies (anhedonie), onthechting, dysfoor, angstig, paniekaanvallen, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie)
-affect (de aard (neutraal, verdrietig, huilerig, eufoor, expansief...), expressie (gedifferentieerd, normaal modulerend, verhoogd aanspreekbaar, labiel, star, kil, adequaat, inadequaat, theatraat))
-stemmingsequivalenten (gevolgen van de stemmingsstoornis. Bijv. obstipatie, doorslaapstoornissen, slaperigheid, dagschommelingen, lusteloosheid, moeheid, energieverlies)
-angstequivalenten (bijv. angst, paniekaanvallen, fobieen, vermijdingsgedrag)
-pseudoneurologische klachten en verschijnselen
-overige somatische niet (geheel) verklaarbare klachten (onverklaarde lichamelijke klachten, gestoorde lichaamsbeleving, hypochondrie, derealisatie, depersonalisatie)
Suicidaliteit
Conatieve functies:
>Psychomotoriek
-algemeen (katatonie, stupor, echomimie, echopraxie, echolalie, psychomotore vertraging, mutisme, agitatie)
-mimiek en gestiek (gezichtsuitdrukking, gebaren. Normaal, levendig, theatraal, vertraagd, geing, afwezig, echomimie)
-spraak (normaal modulerend, levendig. Overmatig modulerend, monotoon, zacht, luid. Echolalie, spraakarmoede, mutisme)
>Motivatie en gedrag
-stoornissen in aandrift (lethargie, initiatiefverlies, apathie, overmatig seksueel gedrag)
-stoornissen in middelengebruik (misbruik van middelen)
-dwangmatig gedrag (iets moeten doen zonder dat het bij je past. Bijv. tien keer licht aan/uit doen)
-drangmatig gedrag (iets doen omdat het plezier opleverd. Bijv. eetbuien, geforceerd braken, laxantia gebruiken)
-impulsief gedrag
-sociaal disfunctioneren (sociaal teruggetrokken, zelfverwaarlozing)
Persoonlijkheidstrekken volgens DSM-IV
Betrouwbaarheid van het onderzoek
-mate van betrouwbaarheid
-oorzaak van onbetrouwbaarheid
De 5 assen volgens DSM-IV:
-as I: syndromale stoornissen en aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn
-as II: persoonlijkheidsstoornissen, verstandelijk handicapt
-as III: somatische aandoeningen
-as IV: psychosociale en omgevingsproblemen
>problemen binnen de primaire steungroep
>problemen gebonden aan de sociale omgeving
>problemen in samenhang met onderwijs/scholing
>werkproblemen
>woonproblemen
>financiele problemen
>problemen met toegankelijkheid van de gezondheidszorg
>problemen met justitie/politie of misdaad
>andere factoren
-as V: hoogste niveau van aangepast functioneren het afgelopen jaar.
Extra informatie:
Enkele psychiatrische symtomen:
-alogie (zich uitdrukken met weinig woorden of weinig gedachten met veel woorden uitdrukken)
-agitatie (hyperreactiviteit)
-ahedonie (onvermogen te genieten van en emotioneel te reageren op gewoonlijk prettige activiteiten of gebeurtenissen)
-anterograde amnesie (kortetermijngeheugenstoornis voor gebeurtenissen gedurende een bepaalde periode na een acute, kortdurende hersenaandoening)
-apathie (gebrek aan nieuwschierigheid en gevoelsmatige motivatie om iets te doen)
-asterognosie (met gesloten ogen iets op de tast niet te herkennen)
-automutulatie (zelfbeschadiging met als doel gevoelens op te wekken of te doen verdwijnen)
-beinvloedingswanen (overtuiging dat de eigen gedachtes worden beinvloed van buitenaf)
-belle indifference (onverschillige of zelfs vrolijke menier van presenteren van lichamelijke klachten)
-betrekkingswanen (oncorrigeerbare gedachte dat gebeurtenissen, voorwerpen of mensen betrekking hebben op de patient)
-bradyfrenie (langzaam denken)
-confabulaties (feiten of gebeurtenissen opnoemen die onwaar zijn om gaten in het geheugen te verbloemen)
-constructieve apraxie (onvermogen een figuur na te tekenen, bij ongestoorde motoriek, sensibiliteit, coordinatie, begrip en cooperatie)
-decorumverlies (patiet houdt zich niet aan de sociale gedragsregels die gelden voor die situatie en gelden in de sociaal-culturele achtergrond van de patient)
-depersonalisatie (subjectief ervaren, onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onaangenaamheid in de relatie van de patient ten opzichte van zichzelf of het eigen lichaam. Heeft nooit een werkelijkheidskarakter)
-derealisatie (subjectief ervaren, onaangenaam gevoel van vervreemding, verandering of onaangenaamheid in de relatie van de patient ten opzichte van zijn omgeving. Heeft nooit een werkelijkheidskarakter)
-dysfoor (stemming is: ontstemd, wantrouwig, prikkelbaar, boos, kwaad of agressief)
-echolalie (nabootsen van de laatste zinnen of woorden van de persoon die tegen de patient spreekt)
-echomimie (nabootsen van de mimiek van de persoon die tegen de patient spreekt)
-echopraxie (nabootsen van de bewegingen van de persoon die tegen de patient spreekt)
-hallucinaties (ervaren van gewaarwordingen als zintuigelijke waarnemingen, zonder externe prikkeling. Onderverdeeld in visuele, akoustische, olfactorische. Visuele hallucinaties hebben een organische oorzaak. Akoestische hallucinaties komen vaak voor bij schizofrenie)
-illusionaire vervalsing (kortdurende foutieve zintuigelijke waarneming van een werkelijke externe prikkel)
-incoherentie (volledig ontbreken van een logische of begrijpbare samenhang)
-ideatorische apraxie (onvermogen om een korte, samengestelde reeks handelingen uit te voeren, bij intacte motoriek, sensibiliteit en coordinatie)
-katatonie (bizarre, chaotische stoornissen. Bijv. echolalie, echomimie, echopraxie, motorisch negativisme, motorische oppositie, mutisme, stupor)
-neologismen (nieuwe woorden verzinnen en gebruiken om gebrekken in taal te kunnen verbloemen)
-preoccupatie (niet kunnen loslaten van een gedachte, een overtuiging of een krachtig verlangen)
-stupor (vrijwel bewegingloos en niet spreken bij helder bewustzijn)
-tachyfrenie (snel denken)
-tangentialiteit (langs het onderwerp van de vragen heen praten)
-wanen (persoonljike, fundamentele overtuigingen die in strijd zijn met de werkelijkheid en oncorrigeerbaar zijn, ondanks afdoende bewijs van het tegendeel.