| Inhoud op alfabetische volgorde: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z Terug naar EncyMed |
definitie: deel van myocard (hartspier) door zuurstoftekort beschadigd.
Oorzaken:
Door een belemmerde bloedtoevoer via de kransslagaders ontstaat er ischaemie (zuurstoftekort) in de hartspier. De belemmering van de bloedtoevoer wordt meestal veroorzaakt door een trombus (bloedprop)
Frequentie:
Incidentie 3,5 per 1000
Risicofactoren:
Verschijnselen:
Kan atypisch verlopen en dan slechts een deel of nauwelijks de typische symptomen vertonen, anders:
Pijn (beklemmend, drukkend, midden op de borst, tussen de schouderbladen of in het maagkuiltje, vaak uitstralend naar de onderkaak of linkerarm (of rechterarm))
Doodsangst
Pijn begint vaak in rust
Pijn duurt langer dan 30minuten
Reageert niet goed op toegediend nitroglycerine
Misselijkheid
Braken
Transpireren
Bleekheid
Kortademig
Shock (zichtbaar als bleekheid, lage bloeddruk, snelle zwakke pols)
Complicaties:
Hartritmestoornissen
Kortademigheid
Linkzijdige decompensatio cordis
Cardiogene shock
Pericarditis (hartzak ontsteking. Koorts en pijn op de borst)
Recidief infarct
Trombose en trombo-embolie
Diagnostiek:
Klinisch beeld en onvoldoende verbetering door toediening van nitroglycerine.
Bij vermoeden op een myocardinfarct direct een ambulance laten komen. Die zullen een ECG maken en zonodig de patient naar het ziekenhuis brengen.
ECG: bij beginnende ischaemie is er een ST verschuiving vanaf de basislijn. De schade aan het hart is dan nog reversibel. Als necrose begint op te treden, ontstaat er een pathologische Q. Deze geeft irreversibele hartschade aan.
Er komen bepaalde serumenzymen vrij bij een hartaanval:
myoglobuline, daarna CK-MB, troponine T, ASAT, LDH. Troponine T is het meest specifiek voor een myocardinfarct.
Behandeling:
-Stap 1 buiten ziekenhuis.
Met spoed opname in hartbewakingsafdeling.
Infuus inbrengen
Meerdere dosis nitroglycerine sublinguaal en indien ernstige pijn morfine 10mg intraveneus.
Bij hartstilstand: hartmassage en beademing, indien mogelijk direct een infuus aanbrengen
-Stap 2 in het ziekenhuis.
Kunstmatige ventilatie 20x500 ml/min 100% O2
Infuus (NaCl, het beste in de vena basilica of de vena jugularis)
ECG monitor
Hartmassage
-Stap 3.
Bij ventrikelfibrilleren of een polsloze ventriculaire tachycardie direct reanimeren (200J asynchroon, 200J asynchroon, 360J asynchroon)
-Bij asystolie 1 mg adrenaline (via een centraal of perifeer infuus)
-Bij ventrikel tachycardie anti arrythmica (lidocaine 1mg/kg)
-Bij extreme bradycardie anticholinergica (atropine 0,5 mg)
Indien de harmasage goed is verdragen en er een pols en bewustzijn is: amiodaron
-Beademing aanpassen
Bij een pH van minder dan 7,20 NAHCO3 overwegen (1 mmol/kg). De pCO2 moet minimaal 30 mmHg zijn en de pO2 minimaal 60 mmHg
-Indien geen hart activiteit na stap 3:
Bij asystolie adrenaline 1mg (kan herhaald worden)
Bij ventrikelfibrilleren of pulsloze ventriculaire tachycardie: anti arritmica, lidocaine, amiodaron
Bij ventrikel tachycardie: 50-200 J synchroon
Bij extreme bradycardie een pacemaker aanbrengen
-Indien hierna nog geen hart activiteit:
60 minuten doorreanimeren of bij heel slechte prognose stoppen met behandelen en de patient rustig laten sterven
-Indien na stap 3 wel hartactiviteit:
Bij geen pols:
Dopamine en dobutamine. Indien nog geen pols een ECHO van het hart maken
Bij wel een pols:
Intensieve therapie en kunstmatige ventilatie
-Deze middelen kunnen eventueel ook gebruikt worden:
Sterke pijnstilling (morfine)
Fibrinolytice (streptokinase) alleen in het ziekenhuis
Antihypotensiva (epinefrine)
Antithrombotica (acetylsalicylzuur)
Controle:
Extra informatie: