| Inhoud op alfabetische volgorde: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z Terug naar EncyMed |
definitie: direct via het bloed toedienen van stoffen
Oorzaken:
Redenen om een infuus te geven zijn onderandere: voorkomen van dehydratie, electrolyt stoornissen, ketoacidose, eiwit afbraak
Frequentie:
Risicofactoren:
Verschijnselen:
Complicaties:
Diagnostiek:
Bij verdenking op dehydratie, een vochtbalans starten. Hierbij vergelijkt men de hoeveelheid vloeistof die wordt toegediend (oraal en intraveneus) en de hoeveelheid die uitgescheiden wordt (via de ontlasting (5%) en urine (60%)). Een deel van het verlies kan niet gemeten worden (via de huid en de longen (samen 35%)). De percentages gelden voor de normale situatie, bij bijv diarree, tachypnoe, koorts, polyurie, hypothyreoidie verand de mate van uitscheiding.
Laboratoriumonderzoek: Na, K, Cl, Ca, Lactaat, glucose
Gewicht meten
Behandeling:
Bij hypovolemie altijd direct starten met een NaCl 0,9% infuus (zowel bij kind als volwassene).
Totale vloeistofbehoefte per dag per aantal kg gewicht |
|
| Lichaamsgewicht | Vloeistof behoefte per dag |
| 0-10kg | 100 ml/kg |
| 11-20kg | 1L + 50ml/kg (tellend vanaf 10 kg. Bij 11kg dus 1kg gebruiken) |
| >20kg | 1,5L + 20ml/kg (tellend vanaf 20 kg. Bij 21kg dus 1kg gebruiken. Maximaal 2,4L toedienen) |
| Vloeistofbehoefte per uur, berekend op lichaamsgewicht | |
| 0-10kg | 4ml/kg/uur |
| 11-20kg | 40ml/uur + 2ml/kg/uur (tellend vanaf 10 kg. Bij 11kg dus 1kg gebruiken) |
| >20kg | 60ml/uur + 1ml/kg/uur (tellend vanaf 20 kg. Bij 21kg dus 1kg gebruiken. Maximaal 2,4L toedienen) |
Controle:
Extra informatie:
-Glucose infuus bevat maar 20% of minder van de dagelijkse calorie behoefte
-De osmolariteit van het plasma ligt tussen de 285–295 mOsm/kg. Een vloeistof met een lagere osmolariteit kan niet perifeer intraveneus gegeven worden, vanwege het risico op hemolyse. Geef altijd iets met een gelijke of hogere osmotische waarde. Combinaties van vloeistoffen die samen een hogere osmotische waarde hebben kan ook (bijv. 0,2 NaCl mag niet, maar 0,2 NaCl + 5% glucose mag wel)
| Vloeistof | [Na+] mmol/L | [Cl-] mmol/L | [K+] mmol/L | [Ca2+] mmol/L | [glucose] mmol/L | [lactaat] mmol/L | Calorieen | [HCO3-] mmol/L | osmolariteit (mosmol/L) |
| 2,9% NaCl | 500 | 500 | 1000 | ||||||
| 0,9% NaCl | 154 | 154 | 308 | ||||||
| 0,65% NaCl | 111 | 111 | 222 | ||||||
| 0,45% NaCl | 77 | 77 | 139 | 293 | |||||
| 0,2% NaCl | 34 | 34 | 68 | ||||||
| Ringer lactaat | 131 | 111 | 5,4 | 1,8 | 29 | 278 | |||
| 2,5% glucose | 139 | 139 | |||||||
| 5% glucose | 278 | 278 | |||||||
| 1,4% NaHCO3 | 167 | 167 | 334 | ||||||
| 4,2% NaHCO3 | 500 | 500 | 1000 | ||||||
| 8,4% NaHCO3 | 1000 | 1000 | 2000 |