Inhoud op alfabetische volgorde:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Terug naar EncyMed


Hypofosfatemie

definitie:

Oorzaken:
Meestal door refeeding syndroom, behandeling van ketoacidose, acute respiratoire alkalose, sepsis en medicijnen (waaronder insuline, diuretica en antacida die magnesium of aluminium bevatten), hungry bone syndrome (bij verwijdering van het parathyroid of thyroid), steatorrhoe, chronische diarree, hyperparathyreodisme, vitamine D deficientie of resistentie, renaal fosfaat verlier, glucosurie, acuut verhogen van circulerend volume, intraveneus ijzer suppletie, . Lichte fosfatemie geen weinig tot geen verschijnselen, ernstige wel en kan levensbedreigend zijn.
Fosfaat heeft een belangrijke rol in de glycolyse en oxidatieve fosforylering (waarbij ATP ontstaat uit ADP). Door te weinig fosfaat is er dus te weinig ATP (energie), waardoor verminderde zenuwgeleiding, spierkracht, peristaltiek en intracellulair transport.

Frequentie:


Risicofactoren:
Alcoholisme, IC patienten, anorexia nervosa patienten

Verschijnselen:
Neurologische verschijnselen
Hartfalen, arritmie (hartritmestoornissen) binnen het kader van spierdysfunctie
Rhabdomyolyse
Verminderde afgifte van O2
Hemolyse (bloedafbraak)
Gestoorde leucocyten/thrombocytenfunctie
Gypogylaemie
Anorexie, misselijkheid

Complicaties:


Diagnostiek:


Behandeling:
Lichte fosfatemie (> 0.3 mmol/L), ernstige hypofosfatemie (< 0.3 mmol/L)
Bij lichte hypofosfatemie (onder de 0.4mmol/L, of bij dalend fosfaat): kaliumfosfaatdrank 0.61 mmol fosfaat/ml 15ml 2dd1 of liever TPV 10-15mmol fosfaat.

Bij het ontstaan van symptomen of bij ernstige hypofosfatemie: kaliumnatriumfosfaat infusievloeistofconcentraat (per 1ml: 1.5mmol fosfaat, 1.25mmol kalium, 0.5mmol natrium) 0.2-0.7 mmol fosfaat per kg gewicht in 12 uur vermengd in een NaCL of NaCl/glucose infuus. Alternatief is TPV. Frequente electrolytcontroles.

Controle:


Extra informatie:
Fosfor komt in het menselijke lichaam voor als fosfaat. Het zit hoofdzakelijk in het bot (80%) en in de skeletspieren (10%). Dagelijks dient 0.8-1 gram fosfaat ingenomen te worden via de voeding (zit vooral in melk). Bij een tekort wordt het bij voorkeur niet oraal gesuppleerd, vanwege de geringe biologische beschikbaarheid. Het komt gebonden aan calcium voor.
Bij een orale inname van meer dan 5g fosfaat per dag, treedt diarree op. Fosfaat drank wordt toegepast bij urolithiasis, voor verhoogde intestinale calciumabsorptie.
Toedienen van grote hoeveelheid fosfaat via totale parenterale voeding geeft risico op masale neerslag van calciumfosfaat.

 

Terug naar hoofdpagina <<