Hernia nuclei pulposi (HNP, hernia)
definitie:
Oorzaken:
Uitpuiling van een deel van de tussenwervelschijf in het wervelkanaal. Hierdoor worden zenuwen die daar doorheen lopen bekneld. De uitpuiling ontstaat na een scheur in de bindweefselring (anulus fibrosus). Bij het ontstaan van de scheur speelt overbelasting een rol.
Frequentie:
Incidentie 1,5/1.000
90% gaat het om een hernia op niveau L4-S1
5% op niveau L3-L4
De rest op hogere niveau's
Risico factoren:
25/50 jaar. Vaker bij mannen dan bij vrouwen
Verschijnselen:
Bij een hernia in de nek:
Uitstralende pijn in nek en 1 arm
Uitstralingsgebied en niveau:
C6: pijn in nek -> bovenzijde bovenarm (biceps gebied). Tintelingen/doof gevoel in de duim
C7: pijn in de nek -> achterzijde bovenarm (triceps gebied). Tintelingen/doof gevoel in de wijs- en middelvinger
C8: pijn in de nek -> achterzijde bovenarm (triceps gebied). Tintelingen/doof gevoel in pink en ringvinger
Bij een hernia in de onderrug:
Onderrugpijn
Indien ook uitstraling naar de onderbenen, dan staat deze op de voorgrond
Uitraling pijn en niveau:
L3-L4: voor-zijkant van bovenbeen en knie -> voor-binnenkant onderbeen -> binnenzijde voet en grote teen. Tintelingen in bovenbeen. Gevoelsstoornissen kunnen optreden in het gebied van de uitstraling
L4-L5: achter-zijkant heup -> buitenste zijkant knie -> scheenbeen -> boven en onderzijde middelste deel voet -> 1ste, 2de, 3de en 4de teen (met de grote teen als de 1ste teen). Tintelingen in het hele gebied van de uitstraling of alleen meer richting de voet.
L5-S1: bil -> achterzijde bovenbeen -> achter-zijkant onderbeen -> boven en onderzijde van de buitenrand van de voet. Tintelingen in onder-zijkant van de voet
Complicaties:
Caudasyndroom (door beknelling van de hele cauda equina. Dit is een zenuwvezel waaier, die onder niveau L2 ligt. Meestal is de beknelling op niveau S2-S5). Symptomen: gevoelsverandering/vermindering rond de anus, billen, penis/vagina, achterkant bovenbenen en onderbenen. Pijn symmetrisch of aan 1 kant. Urineretentie (niet goed uit kunnen plassen), incontinentie voor urine en/of ontlasting, zwakte van de voetheffers en afwezigheid van reflexen aan de benen.
Diagnostiek:
Proef van Lasegue (bij op de rug liggende patient, het been gestrekt optillen. Op een gegeven moment zal de ischias opgewekt worden)
MRI scan van de lumbale wervelkolom
Sensibele uitval in de dermatomen onder het niveau van de hernia
Reflexen: Achillespeesreflex verminderd bij een S1 hernia (dus ook vaak bij het caudasyndroom), kniepeesreflex verlaagd bij een L4 compressie, anusreflex afwezig bij het caudasyndroom.
Een milde parese kan optreden, meestal aan te tonen door de patient op de tenen en de hakken te laten lopen. Parese van de m. extensor hallucis (L5 niveau HNP) kan ook appart getest worden.
Compressieniveau en bijbehorende verschijnselen bij LO:
C6: verlaagde bicepsreflex, parese m. biceps brachii, extensoren pols
C7: verlaagde tricepsreflex, parese m. triceps brachii, extensoren vingers
C8: verlaagde tricepsreflex, parese m. triceps brachii, flexoren vingers
L4: verlaagde kniepeesreflex, parese m. vastus medialis
L5: geen reflexverlaging, parese m. tibialis anterior, m. extensor hallucis longus
S1: lage achillespeesreflex, parese flexoren van de voet en de tenen en hamstrings
Behandeling:
Actief bewegen. Meestal gaat de hernia vanzelf weg na 6 weken. Operatief behandelen is zinvol na 3 maanden van klachten, of als er andere redenen zijn dit te versnellen. Tussentijds goede pijnstilling geven.
Chirurchische behandeling heeft alleen maar zin bij het caudasyndroom, bij 3 maanden niet afnemende uitstralende pijn in het been en bij snelle toename van de uitvalsverschijnselen
Controle:
Extra informatie:
Locatie van de verschillende wervelniveau's in de wervelkolom:

Huidgebieden die overeenkomen met de uittree plaats in het ruggenmerg:

Terug naar hoofdpagina <<
Comment Script
Commentaar