Inhoud op alfabetische volgorde:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Terug naar EncyMed


Cervixcarcinoom (=baarmoederhalskanker)

definitie: wildrgroei van weefsel in de overgang van de vagina naar de baarmoeder

Oorzaken:
Er is een duidelijk verband gelegd tussen het ontstaan van baarmoederhalskanker en besmetting met het humaan papillomavirus (HPV). Specifiek gaat het om de typen: 16, 18, 31, 33, 35, 39, 45, 51, 52, 56, 58, 59, 66 en 68 die de eiwitten E6 (dat aan het tumorsuppressor p53 gen kan binden) en E7 (dat aan het pRb gen bindt zodat er geen rem op de celcyclus meer is). Hieruit volgen risicofactoren als seksarche op vroege leeftijd, veel seksuele partners, een mannelijke partner die veel voorafgaande seksuele partners had. Andere risicofactoren zijn: de pil, roken, pariteit, familiegeschiedenis, geassocieerde genitale infecties.
Het betreft meestal plaveiselcelcarcinomen (80%), neuro endrocrine tumoren (5%), adenocarcinomen (15%),

Indeling (voor niet of wel baramoederhalskanker):
CIN (cervical intraepithelial neoplasia). CIN I (milde dysplasie), CIN II (matige dysplasie), CIN III (ernstige dysplasie en carcinoma in situ)
Stadiering: IA micro-infasief carcinoom, IB carcinoom beperkt tot de cervix, IIA doorgroei buiten de cervix in de vagina zonder dat het onderste 1/3 deel van de vagina wordt aangetast, IIB doorgroei buiten cervix in het parametrium zonder aantasting van de bekkenwand, III doorgroei tot aan de bekkenwand of het onderste 1/3 deel van de vagina, IV doorgroei buiten de cervix in de blaas of rectum of buiten het bekken.
KOPAC-B: kompositie, ontstekingsverschijnselen, plaveiselcelepitheel, andere afwijkingen, cilinderepitheel, beoordeelbaarheid. K-C van 0-9 en B van 1-3 (1 goed-, 2 voldoende- en 3 onvoeldoende beoordeelbaar)
PAP: Pap 0 onvoldoende beoordeelbaar, Pap 1 geen afwijkingen, Pap 2 ontstekingen en zeer lichte dysplasie, Pap3a1 lichte dysplasie, Pap 3a2 matige dysplasie, Pap 3b sterke dysplasie, Pap 4 carcinoma in situ, Pap 5 infiltrerend carcinoom

Diagnostiek:
Speculum onderzoek waarbij een uitstrijkje wordt genomen van de baarmoedermond
Cytologisch onderzoek op het uitstrijkje
Bij Pap1 cervixuitstrijkje laten maken over 5 jaar (indien het niet goed beoordeelbaar is, na 6 weken herhalen en nog een keer beoordelen). Bij Pap2-3a1 herhalen na 1/2 jaar en als er dan een Pap1 is, dan terug naar het bevolkingsonderzoek, als het een Pap2-3a1 is herhalen na 1 jaar. Bij Pap3a2 en hoger doorsturen naar de gynaecoloog. Zie extra informatie voor een uitgebreide tabel.
Colposcopie door de gynaecoloog
De gynaecoloog kan de baarmoedermond insmeren met azijnzuur om de afwijkingen beter zichtbaar te maken
De gynaecoloog kan een biopt nemen voor histologisch onderzoek

Behandeling:
Voor meisjes die nog geen seks hebben gehad is het mogelijk om een HPV vaccinatie te krijgen. Hierdoor wordt waarschijnlijk de kans op baarmoederhalskanker zeer sterk teruggedrongen.
Behandeling van de baarmoederhalskanker bestaat vaak uit een combinatie van chirurchisch wegsnijden van de tumor, radiotherapie, chemotherapie, warmtebehandeling (hyperthermie).

Extra informatie:
tabel

Terug naar hoofdpagina <<