definitie: Het ontstaan van een langdurige angst, of angst buiten alle proporties, of angst zonder duidelijke oorzaak.
Oorzaken:
Angststoornissen door een somatische aandoening kunnen door een heleboel verschillende fysieke ziektebeelden ontstaan (over het algemeen ernstige ziektes). Angststoornissen door een middel kunnen ontstaan na gebruik van alcohol, amfetamine, cafeïne, cannabis, cocaïne, hallucinogenen, inhalantia, fenylcyclidine, kooldioxide, koolmonoxide, gasolie, zware metalen, insecticiden, verven, onttrekkingsverschijnsel)
Frequentie:
Risicofactoren:
Verschijnselen:
Paniekstoornis zonder agorafobie (pleinvrees):
Korte periode waarin minstens vier van de volgende verschijnselen zichtbaar zijn:
Pijn of een onaangenaam gevoel op de borst
Gevoel van ademnood of verstikking
Naar adem snakken
Hartkloppingen, bonzend hart of versnelde hartactie
Transpireren
Opvliegers, koude rillingen
Misselijkheid of buikklachten
Trillen of beven
Verdoofd gevoel of tintelingen
Gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd of flauwte
Derealisatie, depersonalisatie
Angst om de zelfbeheersing te verliezen
Angst om dood te gaan
Paniekstoornis met agorafobie (pleinvrees):
Herhaalde, onverwachte paniekaanvallen
Geen agorafobie
De stoornis veroorzaakt veel lijden of een beperking in het functioneren
Na een aanval was er gedurende tenminste 1 maand:
Voortdurende ongerustheid over het krijgen van volgende aanvallen
Bezogdheid over de verikkelingen of de consequenties van de aanval
Een belangrijke gedragsverandering in samenhang met de paniekaanval
Agorafobie (pleinvrees) zonder paniekstoornis in de voorgeschiedenis:
Angst op een plaats of in een situatie te zijn van waaruit ontsnappen onmogelijk of beschamend is of waar geen hulp beschikbaar zou zijn in geval van een paniekaanval
Deze plaatsen of situaties worden vermeden of doorstaan met intense angst of in aanwezigheid van een vertrouwd persoon.
Sociale fobie:
Aan aanhoudende vrees voor 1 of meerdere situaties waarin men sociaal moet functioneren of iets moet presteren en waarbij de betrokkene te maken krijgt met onbekenden of een mogelijk kritische beoordeling door anderen
Blootstelling aan de gevreesde sociale sitiatie lokt bijna zonder uitzondering een onmiddelijke angstreactie uit. De betrokkene is zich ervan bewust dat zijn of haar angst overdreven is, en de fobische situatie wordt vermeden of doorstaan met intense angst
De fobie veroorzaakt in belangrijke mate lijden of beperking in het functioneren
Specifieke fobie:
Duidelijke en aanhoudende vrees die iverdreven of onredelijk is, uitgelokt door de aanwezigheid van of het anticiperen op een specifiek voorwerp of specifieke situatie. Blootstelling aan de fibische prikkel veroorzaakt bijna zonder uitzondering een onmiddelijke angstreactie, die de vorm kan krijgen van een paniekaanval
De betrokkene is zich ervan bewust dat zijn of haar angst overdreven is, en de fobische situatie wordt vermeden of doorstaan met intense angst
De fobie veroorzaakt in belangrijke mate lijden of beperkingen in het functioneren.
Obsessieve-compulsieve stoornis:
(nog in te vullen)
Posttraumatische stresstoornis:
Paniekaanvallen na een ernstig traumatiserende belevenis.
(nog in te vullen)
Acute stresstoornis:
(nog in te vullen)
Gegeneraliseerde angsstoornis:
Buitensporige angst en bezorgdheid, vaker wel dan niet voorkomend, die niet in verhouding staat tot de kans op of de gevolgen van de gevreesde gebeurtenissen
De bezorgdheid is overheersend en kan moeilijk in de hand gehouden worden
De bezorgdheid gaat samen met symptomen van motorische spanning (beven, spierspanning), verhoogde autonome prikkelbaarheid (droge mond, hartkloppingen) of rusteloosheid (overdreven schrikreacties)
De angst, bezorgdheid of lichamelijke verschijnselen veroorzaken in belangrijke mate lijden of beperkingen in het functioneren
De aandoening duurt ten minste 6 maanden
Angststoornis door een somatische aandoening:
Opvallende angst, paniekaanvallen, dwanggedachten veroozaken klinisch belangrijk lijden of beperkingen in het functioneren
Een somatische aandoening wordt geacht de angstsymptomen te veroorzaken via een duidelijk pathofysiologisch mechanisme
Angststoornis door een middel:
Opvallende angst, paniekaanvallen, dwanggedachten veroozaken klinisch belangrijk lijden of beperkingen in het functioneren
Uit het vraaggesprek, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen blijkt dat de klachten zijn ontstaan binnen 1 maand na gebruik van of onthouding van het middel
Het gebruik van het middel heeft een oorzakelijk verband met de stoornis
Complicaties:
Diagnostiek:
Behandeling:
Psycho-educatie (benoemen van de angst, uitleg over hoe vaak het voorkomt en waardoor het ontstaat, correctie van irrationele ideeën van de patiënt).
Cognitieve therapie
Gedragstherapie
Bij angst door middelen, wordt de samenhang tussen de angst en de middelen uitgelegd en wordt geprobeerd de patiënt er van af te krijgen (zo nodig met een verwijzing naar het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs.
Bij angst door een somatische aandoening, moet de somatische aandoening worden aangepakt en moet de patiënt uitleg krijgen over de samenhang met
Antidepressiva (ook effectief bij angst)
Paniekstoornis met of zonder agorafobie: citalopam 20-30 g of clomipramine 100-150 g of fluoxetine 40 g of fluvoxamine 100
Sociale fobie: Citalopram 20-40g of Fluvaxamine 150g of Paroxetine 20-40g of Sertraline 150g
Gegeneraliseerde angststoornis: Imipramine 100-150g of Paroxetine 20-40g of Venlafaxine
Benzodiazepinen
Oxazepam 120-180g of Diazepam 30-90g
Controle:
Extra informatie: