Inhoud op alfabetische volgorde:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Terug naar EncyMed


Sinusitis

definitie: Ontsteking van de neusbijholten

Oorzaken:
Meestal is een verkoudheid een “trigger” voor het ontstaan van sinusitis. Dit of andere oorzaken voor een verminderde afvloed van het slijm van de bijneus holten geeft een verdikking van het slijm, waardoor er makkelijker bacteriën in kunnen nestelen. Verwekkers zijn: H influenzae, S pneumoniae en M catarrhalis. Soms ook door schimmels (Aspegillus fumigatus)

Frequentie:


Risicofactoren:


Verschijnselen:
Niet ernstige verschijnselen zijn:
Rinorroe (slijm dat uit de neus komt)
Neusverstopping
Hoofdpijn, aangezichtspijn die zeer variabel kan zijn
Geen koorts, lichte temperatuurverhoging kan wel
Hoesten, soms halitosis (slecht ruikende adem)

Ernstige vorm:
Dikke overvloedige (zowel purulente als niet-purulente) rinorroe
Neusverstopping
Uitgesproken hoofd- en aangezichtspijn
Hoge koorts (vooral bij kinderen)

Lokalisatie:
Hoofdpijn tussen de ogen bij een etmoïd holte ontsteking
Hoofdpijn onder de ogen bij een maxillaris holte ontsteking
Hoofdpijn ter hoogte van het voorhoofd bij een frontalis holte ontsteking
Hoofdpijn ter hoogte van het achterhoofd en de kruin bij een sphenoïd holte ontsteking

Complicaties:
cellulitis, orbitaflegmone, trombose van de sinus cavenosus, epiduraal abces, subduraal abces, abces in de frontale kwab, meningitis, subperiostaal abces, osteomyelitis van de maxilla.

Diagnostiek:
Palpatie en percussie (drukpijnlijke sinus en overgevoelig als men erop klopt)
Rhinoscopia anterior
Neusendoscopie en nasofaryngoscopie
Rhinoscopia posterior
Diafanoscopie
CT-scan

Behandeling:
Antibiotica, alleen bij: een ernstig zieke patiënt, een kind met tekenen van toxicose, patiënten met een etterige complicatie, een ernstige vorm van acute rinosinusitis, niet acute rinosinositis als er na 2 weken nog symptomen zijn, bij kinderen met een andere aandoening (zoals astma, chronische bronchitis, otitis media), chronische etterige sinusitis. Gegeven wordt: amoxicilline met clavulaanzuur of cefuroxim gedurende 14 dagen (indien de symptomen niet verdwenen zijn, dan nog tot 14 dagen langer). Indien na 3 dagen geen verbetering optreedt, dan kweek nemen en doorverwijzen naar ene specialist.
Decongestiva (vasoconstrictiva) sprays zoals oxymetazoline of xylometazoline
Corticosteroïden zijn alleen maar zinvol bij volwassen met chronische sinusitis die samengaat met veel poliepen. Dan een methylprednisolonkuur van 20 dagen (volgens schema: 5 dagen 64mg, 5 dagen 32mg, 5 dagen 16mg, 5 dagen 8mg). Het mag niet bij een etterige sinusitis worden gegeven. Remissie treedt meestal na 6 maanden op.
Kaakspoeling heeft bij sinuitis van de maxillaris en het etmoïd heeft alleen zin bij een etterige acute maxillaire sinusitis om de druk te verlagen of bij een orbitaflegmone door een pansinusitis die niet snel reageert op antibiotica
Endonosale endoscopische neusbijholtechirurchie. Hiermee kan de sinusholte worden vrijgemaakt en kan de drainage worden bevorderd.
Operatie volgens Caldwell en Luc. Hierbij wordt de sinus maxillaris gesaneerd via een incisie in de omslagplooi van de mond ter hoogte van de fossa canina. Kapot polypeus slijmvlies wordt verwijderd en er wordt een rino-anastomie naar de onderste neusgang aangelegd.
Operatie volgens Claoue. Dit is een rino-anastomie in de onderste neusgang.

Controle:


Extra informatie:
Dentogene sinusitis, ontstaat na doorbraak van een tandabces of een onvoorzichtig uitgevoerde kanaalvulling met dorobraak naar de sinus.
Corpus alienum, voedingssonde of een ventilatietube in de neus kunnen een sinusitis veroorzaken.
Barotrauma of aerosinusitis. Tijdens het duiken of tijdens een vliegreis kan een neuspoliep of een zwelling van de mucosa het ostium van de bijholten afsluiten wat een ventielwerking geeft. Dit geeft een zeer pijnlijk sinusitisbeeld.
Sereuze sinusitis is het gevolg van het afsluiten van het ostium, waarna de sinus zich vult met sereus vocht, zonder infectie.
Sinusitis kan ontstaan bij systeemaandoeningen: bij atopische allergie, aspirineovergevoeligheid, mucoviscidosis, primaire ciliaire dyskinesie, immunodeficienties.

 

Terug naar hoofdpagina <<