Inhoud op alfabetische volgorde:

A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z

Terug naar EncyMed


Anticonceptie

definitie: het voorkomen van conceptie (het verwekken van een kind)

Oorzaken:
Men kan kiezen voor anticonceptie, wegens:
-Economische redenen
-Psychische redenen
-Medische redenen
-Gedwongen worden door derden

De pil kan ook voor andere dan anticonceptieve doeleinden worden gebruikt:
-Cyclusregulatie
-Minder bloedverlies tijdens de menstruatie
-Minder pijn tijdens de menstruatie (dysmenorroe)
-Minder paracyclische klachten
-Minder ovariele cysten en endometriose
-Minder groei van myomen (vleesbomen)
-Minder acne en hirsutisme

Frequentie:

Risicofactoren:

Verschijnselen:

Complicaties:
Zwangerschap
IUD:
-EUG (extra uterine graviditeit)
IUS:
-Amenorroe (geen menstruatie) of
-Onvoorspelbaar vaginaal bloedverlies (spotting)
De pil:
-Trombose
-Verhoogde kans op borstkanker (mammacarcinoom. Bij langdurig (langer dan 5 jaar) gebruik)
-Andere bijwekingen
Vaginale ring:
-Moeizame ontlasting
-Uitdrijvingsgevoel
Prikpil:
-Onvruchtbaarheid kan tot langer dan 1 jaar na stoppen van de behandeling voortbestaan

Diagnostiek:
Voorafgaand aan medicamenteuze anticonceptie is het belangrijk de gezondheid van de patient te beoordelen. Er bestaan enkele contraindicaties voor medicamenteuze anticonceptie. Hieronder staat een lijst met gezondheidsproblemen en het effect op anticonceptie:
-Zwangerschap: anticonceptie niet toepassen. Indien de zwangerschap niet is opgemerkt is orale (via pillen) anticonceptie niet schadelijk. Een IUD wel en dat moet zo snel mogelijk worden verwijderd (de kans op abortus door het verwijderen weegt op tegen het later ontstaan van een miskraam en ernstige infecties).
-Borstvoeding: de kans op zwangerschap tijdens het geven van borstvoeding (zonder bijvoeding, zonder dat er menstruaties optreden en alleen de eerste 6 maanden) is 2% per jaar. Indien deze kans te hoog is: minipil of condoom.
-Na de bevalling zonder borstvoeding: minipil, combinatiepil (de pil) pas 21 dagen na de bevalling.
-Na een abortus: combinatiepil (de pil)
-Leeftijd tot 18 jaar: liefst IUD, anders combinatiepil (met verdubbeld risico op borstkanker)
-Leeftijd 18-40 jaar: alle anticonceptie is mogelijk
-Leeftijd ouder dan 40 jaar: liever geen combinatiepil (vanwege kans op hart- en vaatziekten). Wel minipil, prikpil, koperhoudende IUD
-Roken: geen combinatiepil (vanwege kans op trombose). Wel minipil, prikpil, koperhoudende IUD
-Hypertensie (hoge bloeddruk): koperhoudend IUD (vanwege kans op hart- en vaatziekten bij andere preparaten)
-Zwangerschapshypertensie gehad: koperhoudend IUD (vanwege kans op hart- en vaatziekten bij andere preparaten)
-Diabetes (suikerziekte): indien het gaat om zwangerschapsdiabates kan alles worden gebruikt. Indien het om andere soorten diabetes gaat: koperhoudend IUD
-Indien verhoogd risico op trombose of bij al eerder doorgemaakte trombose: koperhoudend IUD (vanwege verhoogd risico op trombose bij andere preparaten). Combinatiepil kan wel indien tegelijkertijd ook anticoagulantia (bloedontstollende behandeling) worden gegeven.
-Oppervlakkige veneuze trombose: alle anticonceptie is mogelijk
-Hartaanval (of ischaemische hartziekte) of hersenbloeding: koperhoudend IUD
-Hyperlipidemie: koperhoudend IUD
-Hartklep aandoeningen: progestageen houdende anticonceptie (minipil). Indien er geen pulmonale hypertensie, atriumfibrilleren of bacteriele endocarditis is geweest: combinatiepil
-Migraine: koperhoudend IUD. Bij andere soorten van hoofdpijn kunnen alle soorten anticonceptiva worden gebruikt
-Bloedingsziekte: indien er geen sprake is van overmatig bloedverlies, een IUD. Indien er wel sprake is van overmatig bloedverlies, een levonogestrel IUS.
-Onverklaard vaginaal bloedverlies: onder medische controle, de pil, minipil, vaginale ring, transdermale pleister
-Borst afwijkingen: indien het niet om mammacarcinoom gaat, kunnen alle vormen van anticonceptie worden gebruikt. Bij borstkanker mag alleen een koperhoudend IUD worden geruikt.
-Baarmoederhals afwijkingen: minipil en koperhoudend IUD. Indien cervixcarcinoom aanwezig is, geen nieuw IUD inbrengen.
-Endometrium carcinoom: alles behalve een nieuw in te brengen IUD of IUS mag worden gebruikt
-Ovarium carcinoom: alles behalve een nieuw in te brengen IUD of IUS mag worden gebruikt
-SOA of PID: voorkeur gaat naar een condoom in combinatie met een combinatiepreparaat. Alleen bij recente of actuele infectie geen spiraaltjes inbrengen (vanwege risico van opsteigende infectie)
-Galweg lijden: koperhoudend IUD (hormonale methoden verergeren het galweg lijden)
-Leverafwijkingen/ziekten: koperhoudend IUD
-Vleesbomen en baarmoederanomalieen: combinatiepil
-Extra uterine graviditeit (EUG):

Behandeling:
-Coitus interruptus (precies voor de ejaculatie de penis uit de vagina trekken en buiten de vagina ejaculeren)
-Periodieke onthouding (geen seks hebben tijdens de meest vruchtbare dagen. 7 Dagen voor de ovulatie (eisprong) tot 2 dagen daarna geen seks. De eisprong treedt bij een regelmatige cyclus op rond dag 14-16)
-Barrieremiddelen (bijv het condoom)
-Spermicide middelen (zaaddodende middelen)
-Intra-uterine anticonceptie (bijv spiraaltje of intra-uteriene hormoonhoudende systemen)
-De pil (de combinatiepil)
-Vaginale ring (Nuva Ring)
-Transdermale pleister (Evra)
-Minipil
-Prikpil
-Sterilisatie

Controle:

Extra informatie:
Pearl index = ((aantal zwangerschappen) / (aantal expositiecycli)) x 12 x 100

Soort middel merknaam werkzame stof effect betrouwbaarheid (Pearl Index. hoe lager hoe beter) Ongepland bloedverlies Geen menstruatie meer gebruik
Koperhoudend spiraaltje   koper lokaal 0,7-2,1 20 2  
Hormoonhoudend spiraaltje Mirena 20 microg levonorgestrel per 24 uur lokaal 0-0,3 45 35 Na inbrengen in de baarmoeder, pas na 5 jaar vervangen
De pil Microgynon ethinylestradiol 30 microg, levonorgestrel 150 microg systemisch 0,2-10 8 2 3 weken 1 pil per dag. Daarna 1 stopweek.
Vaginale ring Nouva   lokaal 0,65 6 0 Zelf inbrengen in de vagina. Moet er 3 weken zitten. Daarna 1 week niet.
Transdermale pleister Eva ethinylestradiol 20 microg en norelgestromin 150 microg per 24 uur systemisch 0,71 6 0 1 pleister per week, 3 weken. Daarna 1 week geen pleister.
Minipil Cerazette Progestageen 0,075 mg systemisch 0,14 40 10 1 tablet per dag. Zonder onderbreking
Injectie in spier
Depo-Provera
Progestageen 150 mg systemisch 2.6% falen 45 55 Injectie iedere 12 weken
Implantaat Implanon Etonogestrel 30-70 microg per dag systemisch 1,17 78 22 Onder de huid in de bovenarm. Blijft 3 jaar actief
Definitief chirurgisch     0,5     Via een operatie


IUD (spiraaltje) - is een gekronkeld staafje dat in de baarmoeder wordt ingebracht door een huisarts. Het werkt door een ontstekingsreactie in de baarmoeder op te wekken. Werkt 5 jaar lang. Nadelen: verlengde en pijnlijkere menstruatie, verhoogde kans op buitenbaarmoederlijke zwangerschap, het kan door sterke baarmoeder contracties worden uitgedreven.
IUS (intra-uterien hormoonhoudend systeem. Mirena) - een T-vormig staafje dat in de baarmoeder wordt ingebracht door een huisarts. Bevat levonorgestrel (een progestativum). Naast het effect dat vergelijkbaar is met dat van IUD, geeft het nog cervixslijm verdikking, verstoorde opbouw van het endometrium en een negatief effect op de bewegelijkheid van sperma. 5 jaar werkzaam.
De pil - Bevat een combinatie van progestageen en oestrogeen. Wordt 21 dagen iedere dag 1x ingenomen, gevold door 1 week geen pillen slikken. In de niet-slikweek treedt een onttrekingsbloeding op. Er bestaan sub-50 pillen (bevatten minder dan 50microgram ethinylestradiol) en sub-30 pillen (bevatten minder dan 30 microgram ethinylestradiol). Er bestaan 1ste (bevat het progestageen: lynestrenol of norethisteron), 2de (bevat het progestageen: levonogestrel of norgestimaat) en 3de generatie pillen (bevat het progestageen: desogestrel of gestodeem). Er bestaat ook een indeling in monofasisch (eenfasepil. Hierbij bevatten alle pillen dezelfde verhouding progestageen en oestrogeen hebben). De meest gebruikte zijn de monofasische sub-50 pillen.
De werking van de pil komt voort uit het remmende effect van progestageen en oestrogeen op de productie van GnRH en daardoor remming van LH en FSH. Door remming van FSH en LH worden follikelgroei en de ovulatie geremd. Daarnaast is er door de pil een dikker cervixslijm en afbraak van endometrium.
Vagiale ring - kan zelfstandig in de vagina worden ingebracht. Hij moet 3 weken in de vagina zitten. Daarna een week niet. In die stopweek treed er een onttrekkingsbloeding op. Hij kan maximaal 3 uur verwijderd worden, zonder gevolgen voor de onvruchtbaarheid.
Transdermale pleister - Het is een pleister dat een combinatiepreparaat (progestageen en oestrogeen) bevat. De pleiser wordt 3x 1 week op verschillende plekken op de huid van de billen, buik, romp of bovenarm aangebracht. Daarna 1 week niet. Tijdens die week is er een onttrekkingsbloeding. Als de pleister loslaat (moet zelf kunnen plakken, geen tape er overheen doen dus) moet het binnen 24 uur worden vervangen om de onvruchtbaarheid niet te storen. Werkt niet voldoende bij een lichaamsgewicht boven de 90 kg.
Minipil - bevat alleen progestageen (desogestrel). De pil moet iedere dag ingenomen worden op hetzelfde moment van de dag. Vooral geschilt voor vrouwen die borstvoeding geven. Na staken treedt snel weer vruchtbaarheid op.
Prikpil - wordt in de spier geprikt. Bevat alleen progestageen (medroxyprogesteronacetaat). Wordt 1x per 12 weken ingespoten. In de eerste maanden is er onregelmatig bloedverlies. De meeste vrouwen hebben na 1 jaar geen menstruatie meer. Na stoppen van de prikpil duurt het meer dan 1 jaar voordat volledig herstel van de vruchtbaarheid is opgetreden.

Ziek voor meer informatie: seksualiteit.3doo.org

 

Terug naar hoofdpagina <<